Drive
Odd Enjinears
Drive blinkt uit in rauwe technologie en poëtische zachtheid
28 mei 2006 – Recensie door Veerle DesmedtWielen, katrollen, buizen, wastrommels, drumvellen, pompjes en ga zo maar door. Odd Enjinears brengt afgedankt en vergeten materiaal met technische precisie en ingenieuze creativiteit weer tot leven. Vier spelers bevinden zich in een wonderlijke wereld van installaties en voertuigen: mechanisch, beeldend en muzikaal. Dit technische vernuft verweeft zich met elementen van menselijke schoonheid, waardoor de voorstelling zijn verdiepende karakter krijgt. Een mysterieuze voorstelling: rationele functionaliteit versus bezinning op het leven.

De bezitters van een ‘Drive’ toegangskaartje stappen gezamenlijk in een theater-touringbus om op weg te gaan naar het bedrijventerrein van de Cartesiusweg. Dat ‘Drive’ een populaire voorstelling is, getuigen de vele staanders in het gangpad. Bij een groot kaal gebouw zet de bus de bezoekers af. Na het wachten in een open kantine met knalwitte muren, is de lange donkere gang met waxinelichtjes die naar de zaal leidt een prettig contrast. Als bezoeker ervaar je al iets van de intimiteit en het mysterie dat in de voorstelling voortgezet zal worden.
‘Drive’ gaat over een stad waar iedereen zijn eigen stekkie en zijn eigen rol heeft. De bewoners zijn op elkaar afgestemd en draaien allen mee in het rappe en dynamische stadse tempo. Op een dag verschijnt er een vreemdeling. Deze meneer met hoed begrijpt eigenlijk niet zoveel van de ongeschreven regels van de stad. Waarom lijkt het of iedereen onnadenkend zijn patroon afdraait? Voor de vreemdeling genoeg reden om de bewoners eens goed te observeren en af te tasten of er misschien ook een rol voor hem is weggelegd.

Odd Enjinears heeft ruimte nodig. De zaal (hal) is heerlijk weids en hoog, maar klein genoeg om alles tot in de details te kunnen volgen. De bezoekers komen ogen en oren te kort: de theatervloer staat bomvol met rare creaties en gedurende de voorstelling blijken de installaties ook nog industriële of juist melodieuze klanken in zich te hebben. De naam is niet voor niets gekozen: Odd Enjinears spreek je uit op zijn engels en betekent letterlijk: ‘Vreemde Machineoren’. Hoewel er veel gebeurt op de theatervloer, vergt de voorstelling concentratie van het publiek. Het ritme van het beginstuk waarin de vreemdeling nog niet participeert met de bewoners heeft een repetitief karakter. Daarnaast is de theatervloer soms minimaal belicht en tuurt het publiek in de duisternis om alles zo goed mogelijk te volgen. Iets intensiever voor de bezoekers dus, maar het draagt zeker bij aan de intimiteit van de voorstelling.
Vier uit metaal opgetrokken huisjes (slechts de frames) symboliseren de stad. Elk huisje heeft zijn eigen bewoner, die zijn eigen ambacht vertoont in een mechanisch productieproces. Ze ontmoeten elkaar onderweg in hun toeterende, verlichte of knersende voertuig. De communicatie tussen de bewoners heeft geen gesproken woord nodig. De vreemdeling doet zijn intrede in de stad op een lopende band die hoog boven de theatervloer zweeft. Achter hem zien we projecties die sterk bijdragen aan zijn symbolische belevingswereld.

Huug Tienhoven zou de vreemdeling spelen. Ongelukkig genoeg blesseerde hij zich drie dagen voor de première. Claire Fleury, de regisseuse van ‘Drive’, is zo dapper geweest om in dit gat te springen en zet een prima rol neer. Met haar tengere figuur, hoekige bewegingen en grote rustige ogen is zij een geloofwaardige vreemdeling in een stad die ook steeds meer de hare (zijne) wordt. Geert Jonkers, Josephine Broekhuizen en Tristan Kruithof, stadsmensen in hart en nieren, voelen zich duidelijk helemaal in hun element in hun kunstig gemechaniseerde huisjes. Ze zijn hard aan het werk. Broekhuizen doet iets met papiertjes in een machine, die ze met een loep controleert en dan aan een katrol hangt en de afgekeurde papieren gaan in een versnipperaar. In een rap tempo en met de hoogste concentratie gaat het werk aan een stuk door onder begeleiding van allerhande machinale geluiden. Het lijkt alsof ze zelf onderdeel zijn geworden van het mechanisme. Kan de vreemdeling met zijn onbevangen onschuld en dromen deze mechanische patronen doorbreken?
Na de 60 minuten durende voorstelling, stort een zwerm van bezoekers zich op de theatervloer om zelf op onderzoek uit te gaan. Met glurende ogen en wijzende vingers besnuffelen ze de innovatieve installaties van alle mogelijke kanten. Sommigen voelen zich zo aangetrokken dat ze het niet kunnen laten een hendeltje over te halen of een knopje in te drukken. Een strenge waarschuwing volgt, want deze technische hoogstandjes zijn ingenieus doch fragiel. Geen bezoeker begrijpt hoe het precies werkt en dát is nu juist de mysterieuze kracht van de Odd Enjinears.
Gezien:
’Drive’, Odd Enjinears Amsterdam
25 mei 2006, Festival aan de Werf, Cartesiusweg 90 AA, Utrecht
Foto’s: Peer Reede
Print dit artikel





